Flipje in het herfstdipje

Flipje is een zielig vogeltje, want het is herfst en de bladeren beginnen te vallen. Waarom moet dit haar sfeer zo vergallen? Ze fladdert alsof het zomer is maar al snel ervaart ze het gemis. De zon is niet meer warm en de bloemetjes zijn uitgebloeid… Alles is somber! Bomen worden steeds kaler en schuilen voor vijanden kan ze niet meer. Het is nu echt oppassen geblazen want een grote kraai kan haar met zijn zwart en grijze kop behoorlijk schaden. Oplettend vliegt ze naar de boom met pindaatjes maar wat is dat?!

Een stel mussen smult en drinkt bij de bak die onderaan de boom staat. Menselijke handen hebben de vogeltjes wat geholpen. Ze zegt ‘fuutfuut’ maar ieder ander zegt ‘gaweggaweg’ en ze wordt weggejaagd. Daar zit ze dan alleen op een tak. Waar moet ze heen? Ze heeft honger en is zo alleen… Een eindje verderop is weer een boom met zaadjes in een bakkie. Daar aangekomen begint ze te smullen en zodra haar buikje weer is verzadigd wordt ze opnieuw weggejaagd als ze wat wil drinken. Ze haast zich naar het meertje…

Water genoeg hier! Ze slurpt en vult haar maagje met vocht. Maar wat is dat nu?! Een wormpje kroelt over de grond. Ze fluit en het wormpje kijkt opzij… Het diertje haast zich de grond in en Flipje staat daar weer helemaal alleen. Ze kijkt wat in het rond en in de verte, heel in de verte ziet ze een prachtige boom met misschien wel nieuwe vriendjes en vriendinnetjes. Ze vliegt ernaartoe door weer en wind, want het gaat regenen en al haar veertjes zijn zo nat als een washand! Ze zegt opnieuw ‘fuutfuut’ maar opnieuw wordt ze buitengesloten…

Verdrietig fladdert ze weg. In een donker bos met dennen komt ze uit. Bang dat ze is loopt ze voorzichtig door het duister en tegen een boom schiet ze in tranen… Ze huilt en huilt. ‘Waarom mag niemand me en waarom ben ik zo lelijk?’ Tranen worden door de grond onder haar opgevangen en dan opeens… Opeens komt er iets heel groots dichterbij! Een zwart beest met grote ogen komt op haar af en Flipje staat verstijfd tegen de boom. ‘Eet me maar op, eet me maar op…’ zegt ze tegen de kat maar hij doet het niet! Poetje de kat antwoordt dat ze niet bang hoeft te zijn…

Flipje kijkt hem aan. ‘Maar ik ben toch een makkelijke prooi voor jullie?’ Poetje antwoordt ‘dat klopt, maar ik eet geen nieuwe vriendinnetjes op!’ Hij biedt aan om op zijn rug te komen en samen gaan ze naar de plekken waar Flipje niet mocht komen om te eten en drinken. Poetje jaagt iedereen weg en Flipje geniet er maar al teveel van! Nu worden zij een keer weggejaagd… Samen drinken ze, samen eten ze en samen gaan ze al het lekkere eten en drinken in de omgeving langs. Aan het einde van de dag zitten ze vol en buiken ze samen uit in het zonnetje dat bijna ondergaat.

Ze zijn hun hele leven vriendjes. Totdat op een zeer hete dag de mussen van het dak vallen… Waaronder ook Flipje! Poetje kijkt naar haar en roept haar eindeloos. Hij probeert haar te redden maar alles is tevergeefs… Flipje is naar de dierenhemel gegaan en Poetje staat er weer alleen voor. Hij rent vol van verdriet de weg over en plotseling wordt hij daar aangereden door een vrachtwagen… De vrachtwagenchauffeur stampt op de remmen en kijkt of de zwarte kat nog leeft. Ook Poetje is niet meer… Hij speelt eindeloos met Flipje in de dierenhemel en ze zijn dolgelukkig met elkaar!

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.