De kabouters van het groen

Kabouters, iedereen heeft er weleens van gehoord en de meeste mensen zien het als een sprookje. Als kind is er voorgelezen uit een leuk plaatjesboek dat door de schrijver ervan zó spannend is gemaakt dat je wel op het puntje van je stoel zat! Nu als volwassene lach je erom maar weet je dat ze écht bestaan? Vooral hier in het groene Achterhoek zie ik ze weleens voorbij lopen. Let wel goed op, want ze zijn niet groot! Met hun groene puntige hoedjes en hun pukkel op hun wangetje marcheren ze om te zoeken naar eten en dansen ze ‘hun dansje’ om vreugde te vieren. Vooral op weilanden en in het bos leven ze en als je goed luistert dan kun je ze horen zingen als de zon nét onder is! Deze kabouters schijnen al langer te leven dan de mensen, dus hebben ze de dinosaurussen en allerlei andere prehistorische dieren meegemaakt. Het schijnt dat de kabouters dus al miljarden jaren oud zijn!

Voor zover bekend hebben ze nog nooit iemand kwaad gedaan. Met hun lieve stemmetjes en hun soort humor weten ze iedereen te vermaken en dubbel te krijgen van het lachen. De mannetjes zijn het slimst in hun humor en de vrouwtjes kunnen ontzettend lekker koken en zingen. De kabouters van het groen zijn een soort dat trouwens geen onderscheid maakt tussen man en vrouw. Ze werken allebei keihard, maar met het koken zijn de vrouwtjes nu eenmaal handiger dan de mannen! Als de mannetjeskabouter kookt dan vliegt een heel stuk bos of grasveld in de brand… In het verleden is dit al eens gebeurd en daarom is er een verbod! Mannen mogen niet meer koken want dan blijft er niets meer van het prachtige Achterhoek over. In het bos ‘de Slangenburg’ leven veel kabouters. Het schijnt hun geboorteplek te zijn! Elke paddenstoel is bij hun bekend en een enkele fotograaf heeft geprobeerd om een kabouter die erop zit te fotograferen.

De kabouters van het groen zijn heel rap. Ze laten zich niet graag op foto zetten dus tot op heden is het daarom ook niemand gelukt om ook maar één kabouter te fotograferen. Vorig jaar herfst liep er een schrijver door het bos met zijn camera en bij een hele kudde paddenstoelen zag hij twee kabouters. Hij pakte snel zijn fototoestel en richtte de lens op de kabouters die op de paddenstoelen zaten. De schrijver knipperde één keer met zijn ogen en weg waren de kabouters. Hij zag ze hollen door het gras en tussen de takken en weg waren ze weer… Met zijn schriftje, pen en fototoestel liep hij weer terug… Op een lenteachtige avond waarbij de zon goud kleurt bij ondergang ging dezelfde schrijver een fietstochtje maken. Bij een beekje hoort hij een geluid wat niet bij de prachtige natuur hoort en het lijkt op gezang. Hij wilde remmen om te kijken waar het geluid vandaan komt maar door het gepiep van de remmen joeg hij ‘het’ weg…

Het was even stil en om hem heen zag hij wat gras en struikjes bewegen. Stilletjes volgde de schrijver waar ‘het’ naartoe ging maar al snel geen teken meer van leven! Dan, terwijl de beste jongen middenin het weiland stond met aan de rechterkant het beekje hoort hij het gezang weer. Stilletjes liep hij dichterbij en bij een boomstronk zag hij de schattige Achterhoekse kabouters zingen. Ze leken niet in de gaten te hebben dat de jongen op ongeveer twee meter van hen af stond en hij genoot van het feestelijk gezang. In een kring dansend proviteerden ze van de heerlijke Achterhoekse vreugde en alle songteksten waren dan ook in het dialect. De schrijver komt zelf uit de Achterhoek dus hij verstond erg goed wat ze zingen. Na even te hebben gekeken begon de jongen mee te zingen en de kabouters keken geschrokken. Iedereen stond stokstijf terwijl de jonge schrijver in solo doorzong. Dan, enkele tellen later zongen de kabouters met hem mee en duurde de avond nog gezellig lang! De jongen stelde zich voor, nét zoals de kabouters. Even later kwam een boer op het land om te vragen of alles goed is met de jongen want hij hoorde hem zingen en praten tegen ‘niemand’?

Sinds die avond gelooft de schrijver dat de kabouters van het groen bestaan. Hij heeft ze nota bene met eigen ogen gezien. Eindelijk kan hij zijn verbeelding plaats geven in zijn hoofd omdat het helemaal geen verbeelding is! De kabouters leven inderdaad met hele families in de Achterhoek. Het Slangenburgse bos lijkt hun thuisbasis te zijn van waaruit ze verder de wereld in zijn getrokken. Zij noemen de planeet waarop ze leven ‘Achterhoek’ en alles daarbuiten is nog onbekend voor hen! De Achterhoek is groot, en overal in bos en natuur waar je komt kun je de kabouters tegenkomen. Het enige is dat je erin moet geloven! De schrijver schrijft zijn beleving in zijn schrift en werkt het uit. Middenin het donkere bos van de Slangenburg leven de kabouters in grotere mooi gekleurde paddenstoelen. De schrijver mocht als enige op de héle wereld een kijkje nemen in hun huisjes omdat hij hun vertrouwen had gewonnen. Hij gelooft zijn ogen niet! Dat dit sprookje waar is… Hij legt zijn hoofd voor de ramen van de paddenstoelen en kijkt erin. Wauw! Wat ziet het er gezellig uit. Vaak een knusse kamer en een grote keuken. De slaapkamer is eigenlijk net zoals bij mensen.

De jongen vroeg waarom ze zo ’n grote keuken hebben en de kabouters antwoordden dat ze erg veel van eten houden. Het hele dorp, jawel, een dorp middenin het donkere dichtbegroeide bos komt bij elkaar eten en als ze klaar zijn gaan ze samen een vreugdedans doen. Elke avond rond zonsondergang dus! De kabouters eten bijna alleen maar gerechten met pindakaas. Dus, als je een pot pindakaas in het bos of aan de rand ervan tegenkomt dan weet je dat de ‘opruimkabouter’ hem per ongeluk heeft laten liggen. Het lekkerst is de pindakaastaart. Met een bosbes erop wordt deze heerlijke taart bereid en dat verklaart waarom sommige kabouters een beetje een wat te dik buikje hebben. Iedere nacht wassen en douchen ze zich bij de dichtst bijzijnde plas. Verliefde kabouters geven elkaar daar ook hun eerste kus. Als je goed oplet terwijl je in de nacht bij de plas zou lopen kun je geluk hebben dat je één of meerdere kabouters ziet die zich wassen. Veel kinderen vertellen dat ze kabouters hebben gezien, maar de ouders zeggen dat ze moeten ophouden omdat ze niet bestaan! Ze moesten eens weten…

De schrijver kreeg een stukje pindakaastaart mee en at het onderweg op. Hij had een groepje kabouters naast zich zitten en zij vroegen wat hij ervan vindt. ‘Heerlijk!!!’ en ze vierden een feestje. De jongen vertelde hen dat hij ook erg van pindakaas houdt en daarom smaakt die taart ook extra lekker. De kabouters dansten om de genietend taarteter en vol van vreugde duurde het moment voort… De jongen vertelde dat hij naar huis moest omdat hij bezoek kreeg en dat vonden ze jammer… Hij beloofde dat hij de volgende dag weer terugkwam en zo gezegd, zo gedaan! De schrijver heeft nieuwe vrienden gemaakt en bijna elke avond komen ze bij elkaar. Althans… hij moet naar het bos of de wei komen want in wijken en steden durven de kabouters niet te komen. Daar leeft enkel het gerucht voort… Jarenlang genieten de jongen en de kabouters van hun wel intieme vriendschap. Samen schrijven ze levensjaren en tot op de dag van vandaag leeft hun leven vol van harmonie voort! Je moet erin geloven om vrienden te worden met de kabouters van het groen…

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.