Wouter en de zoektocht naar kerst

Wouter en de zoektocht naar kerst (3)

Nadat Wouter na zijn enorme woede-uitbarsting is opgepakt en in de cel is gezet is hij tot bedaren gekomen. Hij realiseert zich maar al te goed wat voor hem de gevolgen kunnen zijn van deze toch wel heftige overtreding. Vroeg in de morgen valt Wouter dan eindelijk in zijn cel in slaap… Buiten klinkt de kerkklok en deze slaat vier uur. Terwijl wouter slaapt gaat de celdeur open en komt er een hele grote brede kerstman zijn cel ingelopen. Wouter wordt geschrokken wakker en hij vraagt aan de kerstman wat hij bij hem doet. De kerstman zegt niets en pakt alleen iets uit zijn grote zak die hij over zijn rug draagt… Het is een honkbalknuppel en het lijkt erop dat de nu niet lieve kerstman Wouter een pak slaag wil geven… De kerstman slaat om zich heen en Wouter springt vol van angst uit zijn bed. Hij rent rond en schreeuwt ‘hou op!’ maar de kerstman blijft maar achter hem aan rennen en slaan… Dan komt er één harde klap met de honkbalknuppel en wordt het zwart in Wouter ’s ogen! Terwijl het lijkt alsof hij knock-out is geslagen hoort hij in de verte iemand roepen… Het is acht uur in de ochtend en Wouter wordt wakker uit zijn nare droom. De agent staat in de deuropening van de cel en vraagt of hij mee wil komen. Wouter denk bij zichzelf ‘eindelijk!’ ik mag uit deze cel… Hij staat op en loopt met de agent mee. Zo zenuwachtig dat Wouter is loopt hij mee naar een verhoorkamer, want hij is bang voor de gevolgen die hem te wachten staan.

Er zit al een collega-agent op Wouter te wachten en zij kennen elkaar van Wouter ’s werk bij de gemeente. Stilletjes hoopt Wouter dat hij gematst wordt door hem maar alles behalve dat… Terwijl Wouter wordt ondervraagd breekt hij in emoties. Hij vertelt over zijn vroegere trauma aan de agenten en dat hij nooit iets heeft gedaan om het in zijn hoofd een plekje te geven. Wouter is vroeger gepest op school en dat is zo erg geweest dat hij dit zijn hele leven als trauma met zich meeneemt. Hij heeft een enorm groot minderwaardigheidscomplex en als dat nog niet alles is, toen hij met z ’n ex-vriendin voor het altaar stond, op het moment dat alle familie en schoonfamilie erbij zat antwoordde zij met ‘nee, ik kan het niet!’ en liep ze weg. De reden was een poosje niet bekend totdat ze werd gespot met een ander. Al zoenend stonden ze in het dorp en iedereen in het dorp spreekt er schande van! Wouter sprak haar op een dag aan, want hij wist immers waar ze woont. Met een nare, schrijnende en kleinerende opmerking werd Wouter door zijn ex weggejaagd van de inrit en is hij na de tijd nooit meer gaan daten. De enige keer dat hij na lange tijd weer verliefd werd en goede hoop had dat was met zijn collega Angelique. Bij haar voelde hij zich gek genoeg op zijn gemak! Dit bij elkaar heeft Wouter verbitterd en elke dag loopt hij met zijn enorme verdriet rond. Nadat Wouter zijn zegje heeft gedaan kijken de beide politieagenten verbaasd… ‘Dit is heel heftig, Wouter! Maar het is geen reden om je hiermee onbestraft mee weg te laten komen…’ Zegt de agent.

Wouter hoort dat hij zich vandaag nog bij de rechter moet laten zien en deze zal een uitspraak doen. Tot die tijd zal Wouter in zijn cel moeten wachten totdat hij naar de rechtbank wordt vervoerd in een politiewagen. Hij beseft dat hij een enorm probleem heeft maar het andere probleem is dat hij zijn werk nog niet heeft gebeld dat hij niet kan komen. Hoe moet hij dit in vredesnaam vertellen? Wouter pakt zijn telefoon en belt op naar zijn chef. Hij krijgt de telefoniste te spreken met de reden dat Hans, de chef van Wouter hem absoluut niet wil spreken! Het is namelijk bekend wat wouter heeft gedaan en hij wordt nog op korte termijn uitgenodigd voor een zwaar gesprek met gevolgen! Wouter vreest voor zijn baan, en zeker na wat de telefoniste tegen hem heeft gezegd. Ook zij reageert koel en hangt op. Wouter wordt teruggebracht naar zijn cel en na enkele uren wachten klinkt de celdeur die opengaat en wordt hij verzocht mee te komen. Samen stappen ze in de politieauto en rijden ze naar de rechtbank verderop in de stad. Daar lopen ze met z ’n drieën de rechtbank binnen en treffen de advocaat van Wouter. Hij geeft aan weinig voor hem te kunnen doen maar zal proberen om de straf minder erg te laten zijn. Ze zitten in de grote wachtruimte en Wouter oog ongerust. Hij is afhankelijk van de rechter die zijn leven op kom kan zetten als dat al niet het geval is! Dan gaat de grote deur open en worden Wouter, de agenten en advocaat geroepen. Samen lopen ze de rechtszaal in en kijken de rechter recht in de ogen…

De rechtszaak begint en een uur later is het oordeel… Wouter zweet en trilt, maar de rechter heeft zijn verhaal aangehoord en zegt dat hij niet de gevangenis in hoeft vanwege de oorzaak van zijn daad. Onder één voorwaarde… Hij moet helpen om de gemaakte vernielingen weer te herstellen in de winkelstraat en de winkel die hij heeft vernield weer te helpen opbouwen. Doet hij dit niet dan gaat hij anderhalve maand de cel in… Dat betekent een kerst in eenzaamheid en inderdaad, met zijn medegevangenen basketballen. De rechter slaat met z ’n hamer en iedereen verlaat de rechtszaal en de rechtbank. Wouter wordt meegenomen naar het politiebureau en hij mag na wat gegevens te hebben ingevuld weer naar huis. Als Wouter via zijn paadje voor in de tuin het huis in wil lopen treft hij de buren. Normaal zeggen ze altijd vriendelijk hallo en maken ze een praatje, maar nu kijken ze boos en zeggen ze geen woord! Hij komt binnen en ziet het weekblad op de deurmat liggen mét de foto van de vernielde winkelstraat… Vernield door hem! Wouter springt onder de douche om zich op te frissen en dan gaat de telefoon. Het is Hans, de chef… Wouter moet over een uur op kantoor zijn en zich melden bij hem! Na het douchen leest hij het krantenartikel en gaat daarna naar kantoor wat misschien weleens zijn laatste ritje daar naartoe kan zijn. Wouter zet de auto op de parkeerplaats en loopt naar binnen. Daar meldt hij zich bij de receptie waar Hans al op hem staat te wachten. Kom maar mee! zegt hij chagrijnig en samen lopen ze naar de kamer van Hans…

Eenmaal binnen zegt Hans waar Wouter mag zitten en Hans doet de deur dicht. Er klinkt een harde boze stem naar Wouter en Hans vraagt wat hem bezielde… ‘Je hebt de hele gemeente te schande gemaakt met je stommiteit! Waar ben je mee bezig?!’ Hans is woest en Wouter trekt zijn schouders op. Hij vertelt wat de reden erachter is en vertelt over zijn trauma maar Hans heeft er géén boodschap aan! Dit is voor Wouter de genadeklap, geeft hij aan! ‘Je salaris wordt deze maand nog doorbetaald en dan is het afgelopen! Je bent bij deze ontslagen!’ Hans staat op en doet de deur open. Wouter loopt de kamer uit en loopt zwaar beteuterd naar buiten nadat hij zijn bureau heeft geleegd. Met een doos loopt hij naar de uitgang van het gemeentehuis en niemand zegt hem iets… Na al die jaren trouwe en fijne samenwerking geen woord van iemand, maar het is begrijpelijk! Eenmaal buiten lopend naar de auto komt hij Angelique tegen en zij vraagt wat er met hem aan de hand is… Wouter loopt door zonder iets tegen haar te zeggen en stapt in de auto. Hij rijdt met hoge vaart weg en onderweg naar huis komt hij langs een camera die hem met een snelheid van 75 kilometer per uur flitst terwijl de snelheid vijftig is op die weg. De flits is zo fel dat hij nóg meer baalt want er komt een fixe bekeuring op de deurmat! Eenmaal thuis loopt hij zijn huis binnen en belt hij op naar de eigenaar van de winkel die hij heeft gesloopt. Morgen moet hij beginnen met de herstelwerkzaamheden in het dorp…

Nadat Wouter het telefoonnummer heeft gedraaid gaat de telefoon over. De telefoon wordt opgepakt en een iets oudere man spreekt… ‘Jij moet Wouter zijn’ zegt een zware teleurgestelde stem en Wouter antwoordt met ‘ja’… De man zegt dat hij morgenvroeg om zeven uur aanwezig moet zijn in de winkel en Wouter belooft dat hij er zal zijn. Eerst moet hij een ander probleem oplossen, want hij is zijn inkomen kwijt en gaat nu op hangende pootjes naar de instantie waar hij een uitkering moet aanvragen. In een lange wachtrij wacht hij bij de ingang en na een uur is hij aan de beurt. Er worden papieren in zijn handen gedrukt die hij moet invullen en terugsturen. Urenlang is Wouter hiermee bezig! Hij leest alles nogeens goed na en na ondertekening stuurt hij alle papieren terug naar de instantie. Het is elf uur in de avond en Wouter gaat maar eens naar bed. Heerlijk zijn eigen bed… De wekker gaat ’s morgens om half zeven en Wouter schrikt wakker! Vandaag is het de dag dat hij opnieuw zal worden geconfronteerd met zijn daad en hij gaat zich douchen. Fietsend gaat hij richting de winkel en parkeert zijn fiets voor de winkel waar een nieuw raam wordt ingezet. Hij loopt naar binnen en daar staat de eigenaar… Frederik, 78 jaar en hij ontvangt Wouter gek genoeg op een warme en vriendelijke manier. Wouter en Frederik raken met elkaar aan de praat en Wouter excuseert zich voor wat hij in een woedeaanval heeft gedaan. Frederik accepteert zijn excuses en hij vergeeft hem. Frederik staat op en vraagt aan Wouter of hij wil meekomen om hem voor te stellen aan zijn personeel.

Het personeel bestaat uit enkele vaste werknemers en een groot deel vrijwilligers. Iedereen kijkt Wouter teleurgesteld aan want ook hun werk is door de vernieling ter ziele gegaan. De winkel is namelijk een bakkerij die erg populair is in het dorp en iedereen komt er ook! De groep mensen is verantwoordelijk voor de kerstversiering in de winkelstraat maar Wouter wist dit niet. Alle vrijwilligers doen dagbesteding omdat ze aan de drugs en drank zijn of zijn geweest en dat hun leven heeft vernield. Wouter past er zoals de situatie is prima bij en zo gaan ze nadat ze zich aan elkaar hebben voorgesteld de straat op om alles wat Wouter vernield heeft te repareren of vervangen. De dorpelingen lopen door de winkelstraat en kijken Wouter boos of verdrietig aan. De regisseur van de toneelvereniging waar Wouter bij zit loopt langs maar ook hij geeft geen Woord aan Wouter. Frederik raakt aan de praat met de toneelregisseur en ze bepraten de situatie. ‘Nou, bij ons is hij niet meer welkom!’ zegt de regisseur en zo wordt Wouter door alles en iedereen in het dorp verbannen lijkt het wel… Wouter loopt beteuterd door en gaat verder, samen met de groep vrijwilligers om de winkelstraat weer op te knappen er weer een gezellige kerstsfeer van te maken. In de middag gaat iedereen lunchen maar Wouter heeft niets bij zich… Dan biedt Frederik hem wat te eten aan en een groot krentenbrood komt tevoorschijn…

‘Waarom bent u zo vriendelijk naar me? Ik heb u veel ellende bezorgd’ zegt Wouter. Frederik vertelt dat hij vergevingsgezind is en dit ook aan zijn kinderen, vrijwilligers en werknemers probeert over te brengen. Frederik is een man die erg positief in het leven staat. Wouter kijkt verbaasd en bedankt hem. Frederik zegt begrip te hebben voor zijn situatie en dat het hem echt wat doet… ‘Wij gaan je helpen, Wouter!’ zegt hij en staat op omdat ze weer verder moeten omdat de winkel zo snel mogelijk weer open moet. Wouter loopt met hem mee en nadat de winkelstraat weer is hersteld gaan ze verder in de winkel. Iedereen is druk om de schade te herstellen en inderdaad… De vrijwilligers en werknemers, anders gezegd Wouter ’s nieuwe tijdelijke collega ’s beginnen steeds vriendelijker naar hem te worden. De bakkerij wordt weer hersteld en de heerlijke gebakken broden, banket en oliebollen worden weer bereid aan de klanten. Na een drukke dag komt Wouter om tien uur ’s avonds weer thuis. Hij heeft een voldaan gevoel dat hij kon herstellen wat hij heeft aangericht, maar hoe kan hij ooit weer vrolijk aangekeken worden door zijn dorpsgenoten? Hoe kan hij zijn eigen leven weer oppakken na dit allemaal? Hoe nu verder? Hij neemt een lekker kop thee en gaat zijn bed in… Morgen wordt hij weer om zeven uur verwacht bij Frederik in de bakkerij!

Het vervolg lees je in het volgende deel…

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *