FOTOALBUM
Elke keer dat ik kijk,
valt recht uit de jaren ’70
vergeeld licht door de gordijnen
van mijn oude kamer
op een vader die onmiskenbaar
hoofdverantwoordelijk is,
een moeder, waar alleen
de trots van over is
en een zusje, waar ik
met een onwerkelijk
vertrouwen overal de
hand van vast blijf houden.
In een fotoalbum in een kast
midden op de uitgestrekte
vlakte van mijn leven
staat het allemaal bij elkaar;
bewijsmateriaal, tot beeld versteend.
Wind en regen jagen er overheen,
vergruizen de steen, verzanden
het gruis tot stof in mijn handen,
tot stof in mijn haar, als ik
weer eens thuiskom in mijzelf
na een wandeling van – wie weet het nog? –
een dag, een maand, een jaar.