MIZOËN (voor Aat)
De kerktoren hier
slaat elk uur drie keer:
één keer voor het hele uur,
één keer voor het halve uur
en één keer voor de zekerheid.
De bergen meten zich met de oneindigheid
en wij bakken pannenkoeken
op een brandertje van Camping Gaz,
zoeken op de radio naar
jazz voor als het donker is,
vinden soms de woorden
om wat mee te zeggen
(maar vaker niet)
en zijn steeds weer onszelf,
het enige dat voorhanden is.
Het blijft improviseren.
En al vertaal ik Mizoën
voor jou met ‘miezerig’ of ‘nietig’,
hoogmoed valt niet te verleren.
Ik weeg de dag in mijn hand
en ik ben blij dat ik je ken;
dat vriendschap bestaat
omdat wij samen zijn en geluk
bij het ontkurken van de wijn
als de avond opkomt uit het dal.
De bergen klimmen op naar het heelal
en de kerktoren slaat drie keer:
één keer voor het hele uur,
één keer voor het halve uur
en een laatste keer voor zijn plezier.