over wielrennen
INCOMPLEET
NCK 2010
Als een tijdrit in uiterste instantie een wedstrijd tegen jezelf is, is een ploegentijdrit uiteindelijk niets anders een wedstrijd tegen je eigen ploeg. Dat was het NCK met Wielerploeg De Mol dit jaar in ieder geval. In 2009 sleepten we met een matige ploeg en tegen alle verwachtingen in een keurige 19e plek in de wacht. Dat zou in 2010 met een ploeg vol tijdritliefhebbers zeker beter moeten kunnen. Voeg daar nog aan toe dat onze Nederlands Kampioen bij de junioren en Rabo Continental-renner Jasper O. er dit jaar ook bij zou zijn en je hebt een droom van een ploegentijdritploeg.
Niet dus.
Waar ging het mis? Waren het de gezamenlijke trainingen, die door slecht weer en afzeggingen-op-het-laatste-moment al twee maanden lang niet van de grond gekomen waren? Was het de ziekmelding van tijdritmachine Leo G., twee dagen voor het uur U? (Aan de oprechtheid daarvan hoeft overigens volstrekt niet getwijfeld te worden; Leo traint alleen nog voor ploegentijdritten en zat zich thuis waarschijnlijk helemáál op te vreten.) Was het het ontbreken van de lokale vedette Robert de P., die we dit jaar eindelijk bereid hadden gevonden om de ploeg te versterken, maar die niet voldoende hersteld bleek te zijn van eerdere blessures om het volle pond te geven op een tijdritfiets? Of was het het monster Marten V., die machteloos moest toezien hoe de diesel die het hele jaar met Duitse gründlichkeit en Zwitserse precisie ieder weekend zijn prestaties had geleverd net nu bezweek aan de gevolgen van een lang seizoen?
Ja, dat was het allemaal. (Het probleem met een ploegentijdrit is dat je niet al te veel op kunt scheppen over je eigen goede vorm zonder de rest van je ploeg te beledigen, dus dit is het enige wat ik erover zeg:) Aan mij lag het niet.
Het ging zo: de omstandigheden waren goed, voor zover je daar in het verschrikkelijke Noorden van Nederland van kunt spreken - in oktober. Weinig wind, droog, maar met nat wegdek. We startten dus met vijf in plaats van zes en voor halfkoers verloren we Wesley S., waarvan iedereen eigenlijk hoopte dat-ie beter was dan vorig jaar. Vier man moesten en zouden de finish bereiken, anders was de hele onderneming sowieso voor niets geweest. Geen probleem, dacht ik nog, omdat we met vier solide tijdrijders over waren: Marten, Jasper, Jacob W. en ik.
Maar toen stortte, zoals gezegd, de diesel van Marten finaal in. Na afloop zei hij dat het op zich nog wel ging, maar dat hij gewoon nog maar één snelheid kon rijden. Optrekken na de bochten zat er niet meer in. Een soort kapotte versnellingsbak dus; hij bleef steken in een te laag verzet en kwam er nooit meer uit.
De laatste twintig kilometers waren voor niemand leuk. Niet voor Marten, die duizend doden stierf in het laatste wiel. (Tot overmaat van ramp was ook nog eens van zijn armsteunen afgebroken, waardoor de twee meter lange bonk nog wat meer wind dan gebruikelijk ving.) En niet voor Jasper, Jacob en mij, die zo graag harder wilden (ah, alsjeblieft, kom op, een beetje harder maar..), al was het maar om onze eer te redden en niet aller-allerlaatste te worden.
Het toppunt van onmacht vond plaats toen we ingehaald werden door De Peddelaars, die een minuut achter ons gestart waren. Vanaf het moment dat ze ons in het vizier gehad hadden, hadden ze waarschijnlijk structureel en collectief een trapje te veel gegeven, want vóór ons vielen ze ineens behoorlijk stil. Eenmaal ingehaald kostte het Jasper en mij maar weinig moeite om het gat tussen ons en de renners voor ons niet groter te laten worden dan de marge die vanuit het oogpunt van de jury noodzakelijk is. Sterker nog, we liepen weer op ze zin. En we háálden ze zelfs weer in. Maar toen moest er ook nog eens gas gegeven worden om bij ze weg te rijden. En dat gas was er wel, maar waar was Marten?
En zo finishten we op korte afstand áchter De Peddelaars. Met een tijd van 1:04:37 eindigden we op plek 28, en dat was meteen de enige meevaller van het hele NCK. Wat mij betreft had het minuten sneller gekund. Ai, als ik eraan terugdenk wordt ik gewoon weer boos. Volgend jaar kom ik hier alleen terug als de ploeg in orde is; voorbereid, in vorm en compleet.
bekijk hier de uitslag