ONVERDIENDE GELUKZALIGHEID
Trainingskoers Dordrecht

Je bent de sterkste man in koers en je wint niet – dat is frustratie in zijn puurste vorm. Je bent de sterkste man in koers en je wint wel – dat is zuivere rechtvaardigheid. Maar ben je een middelmatige man in koers en win je – dat is ware gelukzaligheid.

Dat ontdekte ik afgelopen zaterdag op het parcours van mijn club De Mol in Dordrecht. Het was mijn eerste trainingskoers van het seizoen, dat na de meest rampzalige winter sinds jaren nou niet bepaald rooskleurig begonnen was. En met rampzalig doel ik niet eens zozeer op het weer, als wel op de gebroken nachten en de weken zonder trainingsarbeid van enige betekenis die het indirecte doch logische gevolg waren van de geboorte van mijn zootje Flink in november. ("Zoontje bedoel ik, maar de schrijffout mag blijven staan" – uit Huurcontract, Herman de Coninck). In plaats van grote plannen voor het seizoen 2010, koesterde ik enkel nog de vage hoop op een comeback.

Pas de laatste twee weken, toen de middernachtelijke huilbuien en papflessen waren teruggebracht tot niet meer dan één à twee; toen ik mijn baan had verruild voor het vrije bestaan van freelance tekstschrijver annex huisvader en toen de laatste sneeuwresten van de wegen waren verdwenen, pas toen kon ik mijn trainingsarbeid verhogen van de schrale drie uur per week tot de acht tot tien uur die in maart wat mij betreft toch wel vereist zijn.

BMCAfgelopen maandag kreeg ik de eerste positieve impuls. Voor het eerst ging ik de weg op met mijn nieuwe Veltec-teamfiets, de fraaie BMC Pro Machine. De waarden die op het schermpje van mijn Powertap verschenen waren op zijn minst hoopgevend te noemen. Waar mijn duurvermogen tot een historisch dieptepunt gedaald moest zijn, hadden de gestolen uurtjes op de Tacx blijkbaar meer zoden aan de dijk gezet dan gedacht. (Wat er alles mee te maken heeft dat het rijden op een Tacx nog steeds niets met fietsen te maken heeft. De krachtverdeling lijkt meer op klimmen dan op rijden op de weg; elke trap moet er energie bij.)

Ook het eerste uur van de trainingskoers op zaterdag viel mee. Ondanks de harde noordoostenwind, het grote deelnemersaantal en de gebruikelijke voorjaarsnervositeit (die met name de van testoron doortrokken beloftes tot ware kamikazes maakt) kon ik redelijk gemakkelijk meekomen en verbaasde ik mezelf zelfs met een paar heuse demarrages en een enkele domme solo voor het peloton uit. Niets bijzonders, maar gezien het verloop van de voorbije maanden toch hoopgevend. Vooral ook omdat het licht vooralsnog bleef branden.

Meedoen voor de overwinning zat er evenwel niet in. Dacht ik toch. De harde wind en de algehele spanning in het peloton maakten het ontstaan een kopgroep bij voorbaat kansloos. En inderdaad; met het complete peloton denderden we de laatste drie ronden in. Als het een massasprint wordt, laat ik het lopen, dacht ik nog. Maar de snelheid werd door demarrages vooraan ver opgedreven, dus ik besloot dat ik toch maar naar voren moest zien te rijden en me daar zo lang mogelijk moest proberen te handhaven.

In de bocht naar de strook langs het water toe werd er door een man of vier hard aangezet om een eenzame koploper terug te halen. Ik kon nog net aanklampen. De vier mannen knalden het gat dicht, met in hun kielzoch mij en enkele meters daarachter de rest van het peloton. Op honderd meter voor het heuveltje werd de koploper gegrepen. De vier mannen die het gat hadden dichtgereden vielen stil en keken elkaar eens aan. Over hun hun linkerschouder wel te verstaan, want daar lag de binnenbocht. Ineens zag ik aan de rechterkant een gaatje onstaan en in een impuls dook ik er vol in. Ik gaf alles wat ik had (wat precies 957 Watt was, zoals ik later in de grafiek van mijn Powertap terugzag; gemiddeld haalde ik tot de finish nog 464 Watt, wat lang niet slecht is), ik dook de afdaling en de serie bochten in, verzuurde compleet op het laatste rechte stuk voor de finish, waar de felle wind me bijna terug de bocht in blies. Pas op de finish keek ik achterom en zag ik dat er helemaal niemand in mijn wiel zat. Ik moest me wel vergist hebben in de ronde, zo redeneerde ik, en ik liet het voor de zekerheid maar na om te juichen – zo onwaarschijnlijk leek het me dat ik gewonnen had.

Maar het sprintende peloton bewees het tegendeel en zo – met meer geluk dan wijsheid en geheel onverdiend - werd een oude traditie in ere hersteld: winnen in de eerste koers op een nieuwe fiets. In het voorjaar van 2009 lukte het weliswaar niet met de Concorde van Veltec, maar in de zomer van 2005 won ik bij de trimmers op het parcours in Sloten met mijn eerste fatsoenlijke koersfiets (een blauwe Principia 700, tweedehands); in maart 2008 won ik op het parcours in Dordrecht met een nieuwe Museeuw en in mei 2008, toen ik de Museeuw had ingeruild voor een Canyon, gebeurde het opnieuw. Toeval of niet, nieuw materiaal beschikt over onbekende krachten.