over wielrennen
TEAMBUILDING
Ploegentijdrit Wieringermeer
Ik rijd eigenlijk bar weinig wedstrijden met mijn club DRC de Mol, maar het zijn dit soort wedstrijden waarvoor ik mijn elitelicentie elk jaar verleng. Ploegentijdrit in de clubcompetitie; 50 kilometer zo hard mogelijk rijden met zes man. Al lijkt het verslag van een ploegentijdrit misschien wat saai, het contrast met de beleving binnen het team kan niet groter zijn.
Een ploegentijdrit is de ultieme teamdiscipline. Je kan starten met zes renners die nog niet één keer samen getraind of gekoerst hebben – na afloop staat er een hecht team. Dat was bij ons het geval. Slechte weersomstandigheden, renners die moesten werken of te ver van het trainingsrondje woonden; de geplande tijdrittraining was in de afgelopen weken niet één keer tot stand gekomen. Toch stonden er zaterdag in Medemblik zes zéér gemotiveerde tijdrijders. Misschien niet allemaal in even goede conditie, maar wel met allemaal diezelfde liefde voor het hardrijden.
Zes tijdritfietsen (wat lang niet alle clubs konden zeggen), zes rollerbanken en Tacx-trainers, zes paar nieuwe overschoentjes en zes nieuwe tijdrithelmen in de kleuren van de club; we waren er klaar voor. De volgorde werd nog eens doorgenomen (niet alle sterke mannen achter elkaar) en we vertrokken als eerste team op het 12,5 kilometer lange parcours. Heen – keerpunt – terug – keerpunt, heen – keerpunt – terug – finish. Aan de niet-getrainde bochtentechniek zou het niet liggen.
Zelf was ik – twee weken na het Italiaanse avontuur – traditiegetrouw in prima tijdritvorm. Ik schatte bovendien in dat we op papier een beter team hadden dan vorig jaar, toen we boven verwachting vierde in de regio zuid werden. Om het beter te doen (en en passant de beschamende laatste plaats van onze club in de competitie weg te poetsen) zouden we dus voor het podium moeten rijden. Met die instelling vertrokken we.
Iedereen reed voor wat-ie waard was. Wind mee dik boven de vijftig, wind tegen deden we ons stinkende best om de teller boven de 46 te houden. Ik had graag harder gewild, maar kreeg herhaaldelijk te horen dat ik niet te veel moest snokken. Dan maar wat langere aflossingen. Het draaide prachtig, wat de ploegleider niet naliet te benadrukken vanuit de ploegleiderswagen. Ziet er goed uit, netjes blijven draaien mannen. Als eerste verloren we Wesley, die al een tijdje door rugproblemen geplaagd wordt. Geen probleem, zelfs een goed teken, want het betekent dat hij het maximale gegeven had. Voor me zag ik dat de motor van Leo, normaal gesproken een van de grotere, ook wat begon te haperen. Toch perste hij er op het laatste stuk wind tegen nog één onmenselijke lange aflossing uit, waarna hij de berm in stuurde. Exit Leo.
Nu was het zaak niemand meer te verliezen. Routinier Gideon maakte zijn beurten iets korter zodat hij goed kon blijven aanpikken. Krachtmens Marten begon moe te worden, wat – zoals uit de foto's zou blijken – mede het gevolg was van zijn manier van in het wiel rijden (=niet). Zelf begonnen mijn lange beurten ook hun tol te eisen. Ik probeerde op de open stukken steeds op kop te blijven tot aan de beschutting van de volgende boerderij of bomenrij en dan pas af te geven, maar kon dat nu niet altijd meer volhouden. Gelukkig kreeg Jacob een laatste opleving in het zicht van de finish en besloot hij in een alles-of-niets poging door te trekken tot het einde. Vanuit het laatste wiel gaf ik Marten nog een duw en sprintte naar de finish voor het laatste beetje tijdwinst.
We hadden alles gegeven. De ploeg had uitstekend gewerkt en niemand had het idee dat we harder gekund hadden. Schouderklopjes, brede glimlach ("Jij was goed! Nee, jij was goed!"); tevredenheid heerste alom. De tijd was met 1:03:02 bijna dertig seconden langzamer dan vorig jaar, maar dat viel toe te schrijven aan de hardere wind. De verwachtingen waren dan ook hoog gespannen. Te hoog zo bleek, want een magere negende plaats in de regio zuid (veertiende overall) was ons deel. Een verklaring is moeilijk te geven; ik ben geneigd om vast te houden aan het idee dat we als team beter waren dan in 2009, maar dat moet dan betekenen dat ook de concurrentie een klap beter was. Het verschil met nummer zes was minder dan zes seconden, dus dat klopt misschien ook wel. De moraal voor het NCK is in ieder geval goed. Twee sterke mannen erbij (of: twee mannen beter in vorm) en die 19e plek van vorig jaar gaat eraan!
Zie hier de volledige uitslag (scroll stukje naar beneden)
(de laatste snok van Leo G., met daarachter Marten, ik, Jacob en Gideon)