BETTER SAFE THAN SORRY
Trainingskoers Dordrecht

Er komt een moment dat je niet meer mag schrijven over trainingskoersjes. Het zijn gewoon geen echte koersen, en dus zijn ze de tijd en de aandacht eigenlijk niet waard. Met één uitzondering: als je wint. Dus bij deze; trainingskoers bij DRC De Mol, donderdag 12 augustus 2010.

Revanche! Vorige week was ik tamelijk gefrustreerd thuisgekomen van de trainingskoers. Samen met lokale vedette Robert de P. het peloton gedubbeld, met in ons kielzog twee renners die uit plichtsbesef nog wel op kop kwamen maar daar na enkele amechtige trappen steeds razendsnel weer verdwenen. En toch, het was me in de laatste ronden niet gelukt om ze kwijt te spelen en dus werd ik in de sprint kansloos vierde, de meest ondankbare aller klasseringen.

Vandaag pakte het allemaal wat gunstiger uit. De opkomst was niet erg hoog, maar er was wel een opvallend rood-wit Specialized-blok aanwezig, met onder meer Nils van K. en Erik Jan K. Geen pannenkoeken. Toen de slag viel en er drie van de vier aanwezige Waardrenners present waren wist ik dat het goed zat. Met negen man in totaal dubbelden we het peloton in recordtempo. Daar was de fut er inmiddels wel uit, met name omdat Robert De P., normaal hoofdverantwoordelijk voor het dichten van alle gaten tot aan de eindsprint, zijn benen spaarde voor de Nacht van 's Gravendeel.

Een paar speldenprikken van de koplopers maakten dat we ons in de finale algauw opnieuw in hetzelfde gezelschap bevonden, zonder peloton. De Specialized-mannen vielen om de beurt aan, zoals te verwachten viel. Na de zoveelste aanval sloot ik onderin de kuipbocht aan. In de binnenbocht zette een jonge renner een nieuwe aanval in en ik sprong mee. Opnieuw eentje van Specialized, maar dat kwam eigenlijk wel goed uit, want dan zouden de andere twee wellicht het gaatje laten vallen. Ik nam vol over en we bouwden binnen een of twee ronden een mooie voorsprong op, teken dat de enige twee mannen met voldoende power achter ons inderdaad geen aanstalten maakten om te rijden.

Nu was het alleen nog zaak mijn vluchtmakker kwijt te spelen. Dat was gemakkelijker gezegd dan gedaan. Zijn beurten op kop maakten geen grote indruk, maar het lichte verzet dat hij in hoog tempo ronddraaide – op het heuveltje schakelde hij zelfs terug naar het binnenblad! – kon wel eens duiden op een geheim reservetankje dat mij over enkele ronden de das om ging doen. Ik kon maar beter het zekere voor het onzekere nemen; vorige week had ik ook te veel loze ballast meegenomen naar de streep.

En dus ging ik – better safe than sorry – op drie ronden voor het einde aan. Op het heuveltje, vanachter de rug van vluchtmakker, die op zijn binnenblad zat. Reservetank of niet, hij had niet genoeg tijd om op te schakelen en tussen ons lag meteen een gat van een meter of vijf à tien. Nu was het erop of eronder. Als hij ook maar enigszins het idee zou krijgen dat hij dichterbij kwam zou zijn moraal exact de impuls krijgen die hij nodig had om het gat helemaal te dichten. En als ik hem weer in mijn wiel zou hebben, zou hij daar niet meer uit komen tot aan de finish. Dat heb je als je aanvalt, dan vraag je erom. Kwestie van schuld en boete.

Maar goed, we zaten alletwee in hetzelfde schuitje, met onze neus vol in de wind. Hij moest het net zo alleen doen als ik. Dat viel te interpreteren als een punt in mijn voordeel, want ik reed voorop. Conclusie: het was zaak om zijn moraal te breken, zonder zelf te verzwakken. Daar had ik nog drie ronden de tijd voor.

Ouderwets wielrennen, man tegen man. Prachtig. Ik keek weer achterom. Het gat was gegroeid van tien naar twintig meter. Nou had ik 'm bij z'n ballen! Nog één keer alles bij elkaar rapen om volle bak dat verdomde heuveltje over te knallen en hij zou zeker weten breken. Ja hoor, uit het zicht. Nu hoefde ik m'n fietsje alleen nog maar naar huis te rijden. Cruisecontrol aan en gassen maar. Op de streep wachtte een bos bloemen en zelfs een geldprijsje. Amai, dit was trainingskoers op zijn best!