over wielrennen
DIT IS HET MOMENT
Shimano Fietschallenge, Vaals
In het weekend van 2 en 3 mei reed ik twee fantastische wedstrijden, zat ik ruim 850 kilometer in de auto en sliep ik slecht. Maar ik zal me beperken tot het moment waar het allemaal om draaide: zondag 3 mei, 12 uur 46. Shimano Fietschallenge, kilometer 133, even voor het Zuid-Limburgse dorpje Partij.
De kopgroep bestond nog steeds uit een man of 30-40. Voor Team Veltec zaten Oege, Frederic en ik er nog bij. Oege was in mijn ogen veruit de beste klimmer van de groep, maar was dat al ruim 130 kilometer aan het demonstreren. (De sterkste renner was in werkelijkheid natuurlijk Lars Boom, maar die liet als Nederlands kampioen tussen de amateurs vanzelfsprekend niet het achterste van zijn tong zien.)
Zelf was ik er allerminst van overtuigd dat ik vandaag een goed stel kaarten had, al merkte ik wel dat mijn benen, die aanvankelijk nog wat zuur waren van de ploegentijdrit de dag ervoor, steeds soepeler begonnen te draaien. Op de Koning van Hispanje kwam ik boven in het wiel van Boom en op de loodsteile, maar ook loodrechte afdaling naar Partij viel er achter ons zomaar ineens een gat. Vlak voor Partij kwam alles weer terug, maar gek genoeg bleef er een klein gat bestaan tussen mij en de rest van de groep.
En toen deed ik iets wat ik eigenlijk helemaal niet wilde doen. Iets wat mijn kans op winst in feite alleen maar kleiner maakte. Iets heel stoms, kortom. Dit is hét moment, dacht ik. En ik reed weg. Op kousenvoeten, zoals ik dat wel vaker schijn te doen. Meter voor meter wegkruipen en dan steeds harder beginnen te rijden. Met een beetje geluk heb je al een flinke voorsprong opgebouwd tegen de tijd dat je achtervolgers doorhebben dat wat je aan het doen bent überhaupt een ontsnappingspoging is.
Ik kreeg een paar honderd meter (wat achteraf vooral te danken bleek te zijn aan het stopwerk van Oege en Frederic), maar bleef toen hangen. Misschien is dit toch niet het moment. Net toen ik de zinloosheid van mijn actie begon in te zien en in mijn remmen kneep, maakten twee renners de sprong. Het moment, toch wel! Veldrijder Thijs Al en een jongen van Princenhage. Goed gezelschap, stelde ik vast, en ik besloot mijn tot mislukken gedoemde uitlooppoging toch nog even te verlengen.
En het was inderdaad hét moment. Op een van de korte klimmetjes richting Vijlen trok Thijs Al vol door op het buitenblad en moesten Princenhage en ik lossen. Maar gelukkig sloot vrijwel op hetzelfde moment een viertal renners (onder wie Boom en Den Bakker) aan. Even later volgden nog twee man van Princenhage (van wie er één, o dikke schande, de koers flink liep te vervalsen door, na een lekke band in het eerste uur, in de finale opnieuw aan te sluiten en schaamteloos te knechten voor zijn ploeggenoten).
Maar het beste was er toen wel af. In ieder geval bij de niet-profs, die net als ik wanhopig probeerden om het achtereinde van hun tong aan het zicht van de anderen te onttrekken. Op de één-na-laatste klim reed ik weg uit de groep, gooide mijn leven in de strijd om een voorsprong van 20 seconden te verdedigen en kwam solo over de streep. Na Thijs Al, dat wel. Maar als ik heel eerlijk ben: het voelde als winnen (zie foto).
Bekijk hier de uitslag