NATTE MORAAL
Boucles des Printemps, Zuid-West Frankrijk

"Natte kleding, natte schoenen, natte moraal," zo verwoordt Thomas van B. de algehele stemming. Het is zondagochtend vroeg, halfzeven, en het regent weer. Om vier over halfnegen start voor ons de tweede etappe van de Boucles des Printemps, een ploegentijdrit over 23 kilometer. Ik heb allerminst het gevoel dat we daarin wat te winnen hebben. We hebben in de eerste etappe nou niet direct bewezen dat we ons tot de sterkere ploegen mogen rekenen; door afzeggingen op het laatste moment zijn we naar Frankrijk afgereisd met vijf in plaats van zes renners. Nummer vijf, de Australische stagiair Dale S., is gisteren niet gefinisht. Hij brengt om onduidelijke redenen het merendeel van het weekend in bed door.

Dus staan er vier man aan de start van de tijdrit in het Franse gehucht Saint Léger. Ik ben de enige die erin slaagt om mezelf onder de achterklep van mijn Citroën enigszins warm te rijden. Ploeggenoot Giancarlo B. zet zijn rollenbank dicht naast mijn Tacx om hetzelfde te doen, maar vliegt bij een eerste poging al van de rollen. Ze zijn – zoals alles hier – nat, en dus spekglad. Dennis L. en Thomas zitten in de auto te kleumen. Wat doen we hier eigenlijk? Om het absurdische tafereel compleet te maken vindt vlak achter ons een laat uitgelopen dorpsfeest zijn einde; de drie lokale helden knokken elkaar dronken en dodelijk vermoeid de tent uit onder het even aanmoedigende als hysterische gejoel van de twee lokale schoonheden. Het zal hier elk jaar wel hetzelfde zijn.

De Franse wielercommissie heeft een heus startpodium in elkaar getimmerd waar wel zes renners naast elkaar op passen, maar de regen maakt ook dat onbruikbaar. We stellen ons voor het podium op en worden op de fiets geholpen door een viertal vrijwilligers. Nog twee minuten voor de start. Naast me begint Thomas te klagen dat hij scheef wordt vastgehouden. Hij mompelt in zichzelf: "Shit, zo kan ik niet starten, dit gaat niet." Als het aftellen voor de start begint, besluit hij alsnog uit zijn pedaal te klikken en zijn fiets recht te zetten. Trois.., deux.., un! En we vertrekken zonder Thomas.

Honderd meter later voegt Thomas zich bij ons en kunnen we echt aan onze race tegen de klok beginnen. Onze hoop is gevestigd op de bochten. Wat hebben we gisteren zitten lachen om die gekke Fransen. Vierkant gingen ze de bocht door! Helemaal stil stonden ze! Nou ben ik zelf allerminst een geoefend stuurder, maar met een eenvoudig binnenbochtje passeerde ik telkens met gemak tien Fransen. Verlost van het hele peloton aan angsthazen trekken we gevieren in de bochten vol door. Mijn nieuwe Cervélo P2 loopt als een zonnetje. Zelfs op het vals plat omhoog krijg ik de 12 gemakkelijk rond. Ik moet oppassen dat ik niemand los. Ploegleider Raijmond heeft gisteravond in de reglementen ontdekt dat we ons startgeld (wat dit uitje betaalbaar maakt) mogelijk terug moeten betalen als we uit het ploegenklassement verdwijnen; we moeten dus met minstens drie man finishen.

De kilometers vliegen voorbij. Als we de finish naderen laat de ploegleider weten dat we de ploeg voor ons bijna te pakken hebben. Ik raak overenthousiast en duik op kop een op het oog eenvoudige bocht naar rechts in. Maar blijkbaar rijden we vals plat omlaag en ligt de snelheid tegen de 60. Of in ieder geval te hoog voor deze bocht. Ik kan mijn voorwiel nog maar net op de weg houden en scheer rakelings langs het weiland links van ons. Ik vrees het ergste voor de ploeggenoten in mijn wiel. Als ik even later achterom kijk zie ik ze staan: Giancarlo en Dennis ploegen te voet hun weg door het modderige veld, Thomas zit nog met moeite op zijn fiets. We verliezen door mijn schuld kostbare tijd, maar toch blijken onze risicovolle rijstijl te lonen. Bij de lunch horen we dat we in de ploegentijdrit als dertiende zijn geëindigd. Eén plaats voor de Russische beloftenselectie! Ons bochtenwerk zij geprezen!

Na de eerste etappe, waarin een kopgroep van een man of vijftien kort voor het peloton finishte, had ik slechts 24 seconden achterstand in het klassement. Na de ploegentijdrit was dat opgelopen tot 3 minuut 24', maar in het klassement zakte ik desondanks maar een paar plekken. De middagetappe is heuvelachtig en winderig. Ik besluit me aan te passen aan de Franse manier van koersen. When in Rome.. Het motto van de Fransen luidt: demarreer, maar neem nooit over. Het koersverloop: demarrages vanaf kilometer één, zonder dat er ooit echt een kopgroep ontstaat. Want zodra een Fransman iemand in zijn wiel aantreft, houdt hij zijn benen stil. Tot de volgende Fransman demarreert. En dat 140 kilometer lang. Ik hoor het de ploegleider nog zeggen: "Koersen in Frankrijk ligt jou wel. Er rijden van voren gewoon steeds groepjes weg en wie in het peloton blijft zitten is gezien." Zo simpel klinkt wielrennen soms.

Dus spring ik mee met een 43-tal demarrages tot ik me ergens voorin de koers bevind, waar af en toe iets van samenwerking lijkt te ontstaan. Ça roule!, hoor ik een Fransman enthousiast roepen, niet zonder enige verbazing. Het draait! Het klinkt als een aansporing: Jongens, we kunnen het wel, laten we er samen wat van maken! Maar nee, daar is alweer de volgende Franse dienstweigeraar, met het onvermijdelijke spervuur aan demarrages tot gevolg. Je snapt gewoon niet waarom die Fransen het tegenwoordig zo slecht doen in het profwielrennen..

Meer dood dan levend bereikte ik de aankomst. Die lag op een heuveltje. En met het laatste restje bravoure dat in mij was demarreerde ik. Met de handjes op het stuur reed ik weg uit mijn groep. Dat ging wel heel gemakkelijk! Tot ik achter mij het geratel van schakelende derailleurs hoorde. Op de 11 kwamen ze voorbij zetten. Nee maar, die Fransen gingen er nog om sprinten! De laatste demarrages van de dag.. Ze verwezen mij naar plek 21. Maar doordat er voor mij drie man gefinisht waren die op grote achterstand in het klassement stonden, mazzelde ik nog net de toptwintig binnen. Achttiende plaats. Met een natte moraal. Niet ontevreden.

lees hier het verslag van ploegleider Raijmond