OP DE MACHT
trainingskoers Dordrecht

Het valt niet te ontkennen: ik had na de Marmotte toch wel een kleine inzinking, zowel mentaal als fysiek. Op het moment dat je erin zit, merk je het niet zo. Je bent moe, je hebt niet zo heel veel zin om te fietsen, je traint wat minder, maar tegelijkertijd verwacht je dat de periode van supercompensatie* dankzij de rust die je neemt elk moment kan aanbreken. Uit de gegevens van mijn Polar, die ik sinds de aanschaf in 2006 keurig bijhoud, blijkt inderdaad dat ik ieder jaar enkele weken na de Marmotte ineens ontstellend hard op het vlakke begin te rijden. Vorig jaar trapte ik in Venhuizen een heel criterium lang lachend de 14 rond. Of misschien de 13 wel.

Mijn eigen verklaring daarvoor luidt als volgt: de weken in de bergen zijn eigenlijk één lange krachttraining. Continu druk op de pedalen, continu een laag beentempo. Eenmaal terug in Nederland moet je weer een beetje wennen aan de snelheid, maar je benen zoeken welhaast automatisch de zware molen op. En dus rijd je hard. Op de macht.

Dit jaar duurde het echter wel erg lang voordat de supercompensatie intrad. De week na de Marmotte reed ik een klassieker in België. Overmoedig reed ik enkele minuten met een kopgroep mee, maar tegen het einde van de koers viel ik bijna van mijn fiets van vermoeidheid. Een week later in de Etape du Tour was ik weer redelijk in orde, maar het was zeker geen geval van supercompensatie. Bovendien sloeg de vermoeidheid daarna zo hard terug dat ik pas nu, ruim vier weken verder, terug in vorm begin te komen.

Vorige week reed ik mijn eerste trainingskoersje in Dordrecht, en de snelheid was inderdaad ver te zoeken. Het leek wel of ik op alle stukken van het parcours wind tegen had. Ik besloten de dagen daarna flink bij te trainen (er stond een straffe wind, wat een eenzame training van drie uur het effect gaf van vijf uur en groupe), want in de Bergomloop van Simpelveld (half augustus) en de Criquelion (eind augustus) wil ik nog een keer vlammen.

De verbetering trad rap in. Zaterdag drie uur, zondag drie uur, maandag opladen, dinsdag trainingskoers. Al 's ochtends vroeg vatte de gedachte post dat de benen goed genoeg waren om de trainingskoers te winnen. Een even verleidelijke als gevaarlijke gedachte, want in het wielrennen is de kans dat je wint nooit erg groot. Ook in trainingskoersjes niet.

Maar blijkbaar is het af en toe goed om jezelf onder druk te zetten. Gedurende de dag werd ik steeds vastberadener: ik zou gaan winnen. Niets stond me in de weg. Ik hoefde mezelf niet te sparen voor de dag erna, sterker nog: het zou juist goed zijn om me helemaal leeg te rijden, zodat ik de dagen daarna volledig zou kunnen herstellen voor de wedstrijd in Simpelveld.

En zo ging het. Ik reed mezelf helemaal leeg, bevond me al na 30 minuten in de eerste kopgroep van vier (die zichzelf opblies), werd teruggehaald, vertrok meteen weer, zat in een kopgroep van vijf (dat leek er al meer op), maar daarin zat de sterkste renner zichzelf overduidelijk te sparen (ongunstig, dus ik zei er wat van) en dus werden we in het laatste kwartier opnieuw teruggepakt (om dat te bereiken had in het peloton 15 man tamelijk hard moeten rijden, zo werd achteraf duidelijk), ik vertrok opnieuw, nu met een man of acht, voelde mijn benen nu toch wel iets minder worden, maar trok in de een-na-laatste ronde desalniettemin volstrekt overmoedig ten strijde: ik meende dat teamgenoot Harm B. op het heuveltje zei dat ik moest gaan en dus ging ik. Ik reed de laatste tweeëneenhalf-drie kilometer solo naar de finish, waarbij er getallen op mijn Powertap verschenen die me zeer tevreden stemden: steeds tussen de 400 en 500 Watt. Op de macht, kortom.

(*Noot van de auteur: supercompensatie is een kortstondige periode van verdubbelde conditie, zoals voet- of basketbalspelers in computergames on fire kunnen zijn, treedt meestal op na het herstel van een periode van zware inspanning.)