over wielrennen
DE JURY HEEFT ALTIJD GELIJK
Tweedaagse van Venhuizen
Samen met clubgenoten Freek Terlouw en Arjen Bos reed ik dit weekend de tweedaagse van Venhuizen; achtereenvolgens een 6,5 kilometer lange tijdrit, een criterium en een omloop van 120 kilometer door de Westfriese polders tussen Hoorn en Enkhuizen. Op een verschroeiend heet parkeerterrein net buiten het dorp laadde ik mijn ouderwetse tijdritfiets uit. Ik had mijn Tacx hometrainer meegenomen om ter plekke warm te kunnen rijden, wat voor een tijdrit nou eenmaal de beste manier is om goed te kunnen presteren. Voor het NK tijdrijden in 2007 zat ik bijna een uur van tevoren op het stomme apparaat, wat achteraf de enig mogelijke verklaring is voor mijn tweede plaats.
Nu leek het echter weinig productief om in volle zon en zonder een zuchtje wind op een hometrainer te gaan zitten. Ik verkende het parcours, reed nog wat halfslachtig op en neer door de polder en nam keurig op tijd plaats in de rij voor het heuse startpodium. Niet veel later scheerde ik als een laagvliegend vrachttoestel door de straten van een onafzichtelijk industrieterrein. Ik nam de bochten vrijwel zonder te remmen, terwijl de hete lucht mijn longen schroeide. 8 minuten en 28 seconden later passeerde ik hijgend de finish. Ik had niet het idee dat ik onderweg ook maar ergens in mijn ritme was gekomen. Misschien kwam dat door de lichte tegenwind op het hele parcours, misschien is 6,5 kilometer te kort om een ritme te vinden. Of misschien had ik toch de Tacx moeten pakken. Wel passeerde ik in de laatste kilometer mijn voorganger, een Amerikaanse jongen die met een internationaal team door Europa toerde. He never knew what hit him. Althans zo voelde het, toen ik drie tanden groter voorbijraasde.
Mijn tijd, die volgens de jury 8 minuten en 35 seconden bedroeg en daarmee in strijd was met de tijd die ik zelf geklokt had, was goed genoeg voor een plek bij de snelste vijf. Dat zei niet veel, omdat de startlijst grotendeels alfabetisch was opgesteld. Bij de 'c' was ik al aan de beurt. Samen met de vader van Freek wachtte ik de tijden af van de grote mannen van Ubbink-Syntec en Ruiter Dakkapellen, also known as de paarse mannetjes. Toen ik baanvedette Robert Slippens binnen zag komen op 8.42 begon ik te beseffen dat ik ondanks het slechte gevoel een hele behoorlijke tijd had neergezet. Misschien is het juist een goed teken, als je je slecht voelt in een tijdrit. Wie weet.
De snelste tijd van de middag was 8.23, gereden door de noorderling Jildert Boersma. Ik eindigde op een achtste plek. Omdat ik met mijn eigen tijd van 8.28 derde zou zijn geworden, besloot ik dat het wel eens de moeite waard zou kunnen zijn om bij de jury te protesteren. Maar jury's houden niet van protesterende renners. Dat had ik vorig jaar bij het NK ook al ondervonden, toen ik mij beklaagde over de gebrekkige communicatie betreffende het invoegen van een 40-plusser vlak voor het moment dat ik moest starten. Meer dan "Nee hoor, onze tijden kloppen gewoon", verwaardigden de juryleden zich dan ook niet om mij mee te delen alvorens ze mij met boze blikken de bus uitjoegen.
Toch hoorde ik na afloop dat er meerdere renners het idee hadden dat hun tijden niet helemaal in de haak waren. Tijdritspecialist Arjen Bos vertrouwde me toe dat hij nooit zijn eigen tijd registreerde; dan raakte je ook niet gefrustreerd over dit soort onbenulligheden. Want de jury heeft altijd gelijk. In het reglement las ik later die middag dat protesten officieel binnen een half uur na de wedstrijd bij de jury moeten worden ingediend. Schriftelijk wel te verstaan. Heren renners, neem altijd pen in papier mee in de zakjes van uw koersshirt. Voor het geval dat.
Tegen de avond betrok te lucht. Al tijdens het criterium van de B's vielen de eerste dikke regendruppels, en daarmee ook de eerste renners. Een kwartier voor de beoogde start van het criterium voor de elite barstte het noodweer los. Het water stroomde in beken door de straten van Venhuizen. Ik zat met Freek in de kleine zwarte C2 van mijn vriendin toe te zien hoe de ruiten besloegen. Ik ben toch al geen groot liefhebber van criteriums en begon te hopen dat de jury de koers zou afgelasten. Maar opnieuw hield de jury geen rekening met mijn realiteit. Om acht uur kwam het bericht dat er toch gestart zou worden. Een kwartier later wel te verstaan.
Met frisse tegenzin meldden Freek en ik ons in de natte straten van Venhuizen. Tegenzin bleek de algemeen heersende emotie in het peloton, dat onder aanvoering van angst, glij- en valpartijen al snel uitdunde tot zo'n veertig man. Grote mannen als Slippens en Stroetinga reden voor de vorm nog een rondje mee, maar stapten af om hun deelname aan de Olympische Spelen niet in gevaar te brengen. En ik weet niet wat het was, maar de huiverige sfeer had op mij juist een uitermate enerverende werking. Als je ziet hoe moeilijk andere mensen het hebben, voel je jezelf meteen een stuk beter. Zoiets moet het geweest zijn.
Bovendien leek ik beter door de glibberige bochten heen te komen dan veel anderen. Dat was vreemd, want ik sta niet bekend om mijn stuurmanskunst. De bochten gingen met name lekker als ik met een kleine groep vooruit reed. Dat deed ik dan ook zo veel mogelijk. Jammer genoeg miste ik de beslissende ontsnapping van twee man, maar in de laatste zes ronden voor het einde was ik constant weg, in steeds wisselende samenstelling. Drie ronden voor het einde loste ook de laatste vluchtgenoot mijn wiel. Ik bleef nog even rustig doorrijden, in afwachting van het peloton, maar bleef wonderwel wat voorsprong houden. In een vlaag van verstandsverbijstering, inmiddels mijn handelsmerk in het wielrennen, besloot ik solo voor plek drie te rijden.
Onder mij zag ik toe hoe mijn benen met vreemd veel gemak de veertien rondmaalden. Mijn teller deed het niet, maar van Freek hoorde ik dat de snelheid in het peloton na elke bocht weer richting 50 getrokken werd. Wonderbenen had ik, zonder twijfel. Kort voor de laatste bocht zette het peloton de sprint in gang. Ik hield mijn snelheid, maar was niet in staat om nog te versnellen. Lijdzaam zag ik toe hoe er één, twee, drie – negen man langszij schoof. Ik eindigde als twaalde, met een kleine achterstand op de twee koplopers.
Het slechte weer werkte echter dubbel in mijn voordeel. Door het grote aantal uitvallers en afstappers in schoof ik op naar een vierde plek in het klassement. Een van de sterkste paarse mannetjes, Rudy Vriend, nam daarin resoluut de leiding.
De omloop op zondag werd vervolgens in droge, doch zeer warme omstandigheden verreden. Net als bij het criterium werd bij de start opgesteld op volgorde van het klassement. Ik startte dus voorin. Mijn vierde plek gaf me vleugels en vanaf de start reed ik constant bij de eerste twintig. Er komt echter altijd een moment waarop je even wilt genieten van de heerlijk relaxerende zuigende werking die een groot peloton kan bieden. En dat is altijd het moment dat het peloton breekt.
Als gevolg van de relatief korte afstand (slechts 120 kilometer) en de relatief kleine inspanning op zaterdag (door de verlate start was het parcours van het criterium flink ingekort), werd er gereden alsof het ook vandaag een criterium betrof. Het gemiddelde op de eindstreep bedroeg 44,5 per uur. Daardoor speelde het kleine beetje wind dat er was uiteindelijk toch nog een rol van betekenis. Na een klein uur ging het peloton op de kant en reden alle sterke mannen, zo'n 25 in totaal, zonder enig uiterlijk machtsvertoon weg. Ik keek om me heen en zag alleen maar mindere goden. Het was weer eens zover.
Wanhopig probeerde ik iets van een achtervolging te organiseren. Ik reed zo hard als ik kon op kop, gebaarde dat er iemand over moest nemen en schold in het wilde weg als dat niet gebeurde. Ik kreeg steun van Arjen Bos, maar die gaf al snel aan dat hij niet veel meer over had. Richard van Rijswijk, een jonge knul die ik eerder bij de Marmotte had ontmoet, draaide netjes zijn beurten op kop en er waren twee enorme mannen van Excelsior die er hard aan trokken, maar meer dan tien man in totaal viel er niet te porren om mee te werken. Een peloton van zeker vijftig man liet zich achter ons selecte gezelschap willoos naar de slachtbank voeren.
Tien tegen 25. Het leek een uitgemaakte zaak. Voorin de grote kopgroep begonnen er echter - halfkoers - al renners te demarreren. Het gevolg; de kopgroep viel stil en ons kleine collectief wist de aansluiting te maken. Mijn lijf was inmiddels gewend aan de hoge hartslag en wilde het liefst meteen door; een half uur lang reageerde ik op elke aanval die ik zag. Lang leve de overmoed.
Toen een ronde later voor de tweede keer een serieuze groep vertrok, ditmaal van een man of twaalf, hing ik achterin het peloton. Op apengapen. Ik trok mezelf een laatste keer in gang en draaide samen met Freek keurig mijn beurten op kop van het peloton; maar waar het bij Freek uit overschot was, restte bij mij alleen nog plichtsbesef. Het haalde niet veel uit. Pas toen de manschappen van Ubbink het roer in handen namen begon de voorsprong van de koplopers echt terug te lopen. Ik werd toen echter al vergezeld door mijn vaste companen hangen & wurgen. Dat nam niet weg dat mijn brein koortsachtig aan het rekenen sloeg. Maar de gedachte dat dit ploegenspel nog wel eens de redding van mijn vierde plek zou kunnen betekenen, leidde vooral tot gevoelens van schaamte. Ik was, met dank aan mijn eigen domheid, helemaal leeggereden en had geen recht meer op een goede klassering.
Die glipte me dan ook bijna uit de vingers. In de één-na-laatste bocht voor de finish schoot de kramp in mijn benen. Wat ik ook probeerde, ik kon zelfs het wiel van mijn voorganger niet meer houden toen het peloton zich weer in gang trok. De poging van Arjen om me terug te brengen was even ontroerend als succesvol, zij het dat Arjen bij het sprintende peloton arriveerde zonder Bas in zijn wiel. Ik probeerde een versnelling te forceren, maar aan mijn snelheid veranderde niets. Ik verwachtte elk moment de rest van het sprintende peloton over me heen te krijgen, maar wonderlijk genoeg kwam ik op kop van de grote groep verliezers over de streep. Ik verloor elf kostbare seconden en zakte daarmee naar de tiende plaats in het eindklassement. Een tiende plaats die welbeschouwd te danken was aan een tijdrit over 6,5 kilometer. Dat element smaakte in ieder geval naar meer. Volgende afspraak: zondag 24 augustus ploegentijdrit op de Afsluitdijk.
klik hier voor de uitslagen