NK KUITENBIJTEN
NK op de weg (amateurs-A) te Vijlen

NK

‘Selectief’, zo werd het zes kilometer lange parcours rond Vijlen vooraf omschreven. Een understatement van het ergste soort. Bergetappes van 165 kilometer in de Tour de France zijn niet ‘relatief kort’. Meisjes van 85 kilo zijn niet ‘volslank’. En het parcours in Vijlen was niet ‘selectief’. Het was slopend. Het was dodelijk. Het was bedacht door een sadist pur sang.

Een korte omschrijving. Direct na de start finish begon een beklimming van een kilometer of twee. Veel vals plat, maar ook een enkel steil stuk. Vervolgens ging het door het bos boven op de Camerig net zo vals plat naar beneden. Er dienden twee haakse bochten overwonnen te worden (dat wil zeggen: vanuit bijna-stilstand vol doortrekken tot boven de vijftig) en dan begon de vrije val richting het centrum van Vijlen. Een korte steile afdaling, waar de teller gemakkelijk naar de 70 per uur liep.

Beneden volgde het eerste van de twee kroonstukjes van het parcours; een meer dan haakse bocht naar rechts, met zand op het asfalt en een stenen muur in de buitenbocht. Met piepende remmen, brekende wielen (dat van Jabik Jan Bastiaans, in ronde twee) en veel gevloek wrong het peloton zich Vijlen in, waar een kleine 500 meter verder het tweede juweeltje volgde: de 20%-klim richting finish. Amper twee meter breed, en zelfs met een 27 op het achterwiel een kuitenbijter van de buitencategorie. De laatste drie meters waren de steilste, zodat na een tiental ronden zelfs de betere klimmers er volledig geparkeerd stonden. Bovenaan draaide het parcours rechtsom en begonnen de laatste 200 meter naar de finish, waar de renners na 17 ronden geacht werden de eindsprint aan te gaan.

Over het wedstrijdverloop valt weinig te melden. Na twee ronden was de voorste groep teruggebracht tot eenderde van het gestarte peloton. Gaul was reeds twee van de vijf deelnemers kwijt. Jabik Jan door een valpartij; Mark Touwen kwam de steile klim gemakkelijk over, maar miste daarna de aansluiting. Nog een aantal ronden later moest Christian Bosch, die zich eerder met veel gemak voorin kon handhaven, lossen met kramp. Marcel Witte viel na anderhalf uur weg. In ronde zeventien was er in totaal niet meer dan twintig man in koers. Op het vals plat werd er net zo lang gedemarreerd tot er acht koplopers over waren. Ik zat daar vlak achter en stortte me met ware doodsverachting de berg af. De boel ontplofte op de steile klim. Een sprint was er niet meer. Piepend en krakend en met tientallen meters verschil kwamen de renners over de streep. Jaques Schuit, die hele koers al actief was, als eerste. Ik, die sinds kilometer 70 voor spek en bonen aan het elastiek hing, als elfde. Met verkrampte benen, krakende botten en het schuim op de mond. Selectief.